Eiwittransitie gaat traag

Consument wil veranderen, maar doet het niet.
Consumenten geven aan dat zij de intentie hebben om peulvruchten, noten, pitten en zaden te gebruiken in hun eetpatroon. Foto Shutterstock

Nederlanders aten afgelopen jaar 1 procent meer eiwitten van plantaardige oorsprong dan het jaar ervoor. Terwijl het aanbod plantaardige eiwitproducten flink groeide, veranderden Nederlanders nauwelijks mee.

We gingen van een 39:61-verhouding plantaardig versus dierlijke eiwitten naar de verhouding 40:60, blijkt uit de nieuwste Eiwitmonitor die Wageningen Social and Economic Research (WSER) maakte in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). De Eiwitmonitor, die vorig jaar voor het eerst is gemaakt, moet helpen om de voortgang van de eiwittransitie te volgen.

Verhouding dierlijk/plantaardig per dieetgroep  (in percentage van de geconsumeerde eiwitten). Bron: Eiwitmonitor 2024

LVVN wil dat de verhouding plantaardig versus dierlijk 50:50 is in 2030. Vleeseters halen op dit moment 37 procent van hun eiwitten uit plantaardige bronnen, flexitariërs 41 procent en vegetariërs 63 procent (zie ook figuur). Een aanzienlijk deel van deze plantaardige eiwitten komt van de brood- en graanproducten die Nederlanders voor ontbijt en lunch eten. Met de huidige transitiesnelheid gaan we het gestelde doel van fiftyfifty niet halen, concluderen de onderzoekers van WSER.

Vraag en aanbod

Het afgelopen jaar steeg het aanbod plantaardige eiwitproducten in het totale aanbod van de onlinesupermarkt van 32 procent naar 38 procent. Naast meer aanbod was er ook meer variatie in het aanbod en meer marketingaandacht voor plantaardig voedsel dan een jaar eerder. Tegelijkertijd steeg het prijsverschil tussen plantaardige en dierlijke producten in het voordeel van de plantaardige variant, terwijl het aantal prijspromoties voor dierlijk iets daalde.

(Tekst gaat door onder de grafiek; klik om te vergroten.)

De intentie om verschillende eiwitproducten te kopen (‘Ik ben van plan om de komende maand…’: 1=helemaal mee oneens; 7=helemaal mee eens). Bron: Eiwitmonitor 2024

Ondanks deze inspanningen is de keuze voor dierlijke eiwitproducten nog steeds gemakkelijker en aantrekkelijker. Uit de steekproef van de Eiwitmonitor blijkt dat consumenten minder gemotiveerd en minder ‘voedselvaardig’ zijn als het gaat om vlees- en zuivelvervangers. Ook ervaren ze minder ondersteuning uit de omgeving: dierlijke producten zijn nog steeds de norm.

De vraag naar plantaardige eiwitproducten stijgt minder hard dan het aanbod. Consumenten eten graag vlees, kaas en zuivel, want daar kunnen ze goed mee uit de voeten (zie figuur). Waar tofu en vlees-, zuivel- en visvervangers slecht scoren op de intentie om te kopen, geven consumenten aan dat ze wel de intentie hebben om peulvruchten, noten, pitten en zaden te gebruiken. Toch doen ze dat nauwelijks.

Lees ook:

Leave a Reply


Je moet inloggen om een comment te plaatsen.